Wat noemen wij beschaving? Is het de snelheid waarmee we ons verplaatsen, de hoogte van onze gebouwen, de complexiteit van onze machines? Of schuilt beschaving ergens dieper, op een plek die niet meetbaar is in staal, beton of data? In een tijd waarin vooruitgang vaak wordt verward met vernieuwing en modernisering wordt opgevoerd als morele maatstaf, is het noodzakelijk om stil te staan bij een fundamentele vraag: wordt de mens werkelijk beschaafder naarmate zijn middelen toenemen, of raakt hij juist verder verwijderd van zichzelf?
P.S. dit is een hoofdstuk uit een boek dat wij momenteel aan het vertalen zijn. Laat aub in een reactie op dit mailtje weten wat je ervan vond!

